Back slanted typografie, altijd goed.

The Barnum & Bailey greatest show on earth

Inspiratie.

Poster (1898) circa 99 x 73 cm. en te zien in het Brooklyn Museum, New York, tot half maart 2016.
Poster (1898, circa 99 x 73 cm.) te zien in het Brooklyn Museum, New York, tot half maart 2016.

Niet zeker wie hier de show steelt, maar wij zijn dan ook sterk bevooroordeeld met een zwak voor back slanted type. Poster maakt onderdeel uit van de tentoonstelling Coney Island: Visions of an American Dreamland, 1861–2008 in het Brooklyn Museum, New York.

Het affiche is gedrukt door The Strobridge Lithographing Company (1878-1939). Er zijn vele andere, soortgelijke voorbeelden online te zien. Enkele ook offline beschikbaar, tegen sterk uiteenlopende prijzen. Ook in boekvorm.

Gasbeton

Inspiratie, Research.

Een smal, verhard pad, ontoegankelijk voor gemotoriseerd verkeer, brengt me van Uithuizen naar Zeerijp. Voordat ik het opmerk, heb ik een object met wat letters al meters gepasseerd. Het valt ook niet op. Ik keer om.

Twee betonnen paaltjes markeren een gasinstallatie.

Het is een kastje met aan weerszijden een paaltje. Ik vind het een knappe prestatie hoe schots en scheef de boel erbij staat. De akkers bieden immers voldoende horizon ze op het oog waterpas te zetten. En wat meer op gelijke hoogte.

De paaltjes lijken identiek, maar dat zijn ze niet. Vreemd voor een product dat in oplage moet zijn geproduceerd. Het meest opvallend is de letter ’S’. Rechts tuimelt ‘ie voorover, alsof deze S het paaltje weer rechtop wil drukken. Links is het de vorm van de letter waar het mis gaat: de bovenste bocht trekt naar achteren, de bocht onderin wil vol gas vooruit. Alsof je in een vliegtuig van de startbaan vertrekt en je door de kracht in je stoel wordt gedrukt. Het is ook een moeilijk te ontwerpen letter, de S, dat laten beide palen goed zien.

De letters zitten lekker diep in het beton geperst. Voor de duurzaamheid denk ik, je wil er immers geen onderhoud aan hebben. Toch zijn ze door de natuur ingehaald. Een begroeiing maakt de letters minder scherp en camoufleert de tekst en de palen als geheel. Ze gaan op in de omgeving in plaats van dat ze het kastje adequaat markeren. Op twitter antwoorden ecologen: groot dooiermos, een korstmos. De palen zijn nu verworden tot indicatoren van de luchtkwaliteit.

De palen blijken lokaal te zijn geproduceerd, bij Smit Bedum. De letters, gezaagd uit waarschijnlijk multiplex, zijn hierbij in houten mallen bevestigd. De diepte van de letters uiteindelijk in het beton is het rechtstreekse gevolg van het voorhanden gebruikte materiaal in de mal; zo simpel kan het zijn. Het verschil tussen de palen komt vermoedelijk doordat ze tegelijkertijd meerdere mallen gebruikten. Anders hadden ze maar één paal per dag kunnen maken en dat schiet natuurlijk niet op.

Ik tweet de eigenaar van de paaltjes: netbeheerder Enexis. Marieke van @EnexisWebcare laat me bellen door haar collega Gert.

Hij vertelt me dat het om een gasaansluiting gaat. Waarschijnlijk van de boerderij die ik 100 meter verderop in het veld zag staan. In het kastje wordt de hoge druk, die door de leiding gaat, omgezet in een lagere, geschikt voor de consument. Normaal gesproken staan er bij kastjes geen paaltjes, gaat Gert verder. Nu wel. Voor aanrijdgevaar. “Welk aanrijdgevaar?” vraag ik stomverbaasd. “Grasmaaien.”. Ok, goed punt.

Dan hoor ik met een regelmatige korte interval een schel geluid op de achtergrond. Ik vraag of er een gasalarm bij hem afgaat en hij niet in actie moet komen. Het is zijn papegaai, vertelt hij. Gert werkt thuis vandaag.

Wij schrijven regelmatig over typografie in de openbare ruimte. Deze column verscheen eerder in Noorderbreedte.

Enkel Sokken

signpainter Henry van der Horst

Inspiratie, Research.

Op de markt in Groningen stuit ik op prachtig handgeschreven aanbiedingen. Maar het had ook net zo goed in Leeuwarden of Roden kunnen zijn. Ik heb het eerder gezien, ik herken de displays. Ik vraag enkele marktkoopmannen of zijzelf zo mooi kunnen schrijven, om zo de maker te achterhalen. Ik krijg een paar keer Henry van der Horst uit Zeewolde te horen. Wanneer ik Henry contacteer, komt hij net terug uit Engeland: krijtborden van pubs beletterd.

Reclamebord gemaakt door Henry van der Horst

Weken later tref ik Henry op een jaarmarkt. Ik ben al snel gedesillusioneerd. Geen spannend verhaal over een traditie, gilde of verdwenen opleiding, maar een puber die met een bijbaan in de supermarkt een pot kwasten ziet staan en de vaardigheden zichzelf aanleert. Geen studie, geen leermeester, gewoon autodidact. Vervolgens doet hij er decennia weinig mee, maar na jaren carrière bij reclamebureau’s professionaliseert hij zijn ambitie uiteindelijk toch. Voortaan loopt Henry met een mobiel werkstation markten door heel Nederland af en verwerkt hij de bestellingen meteen tussen de kraampjes.

Terwijl we praten werkt Henry gewoon door. Want de productie moet blijven draaien. Kan alleen wanneer je de techniek echt goed beheerst. Hij moet immers bedenken wat ‘ie maakt, inschatten of het past en het dan nog doen ook. Wanneer Henry borden bij de stroopwafelkraam aflevert, komt er één retour: ze hadden een verkeerd bedrag doorgegeven waardoor de wafels nu helemaal niet zijn afgeprijsd. De fout wordt feilloos hersteld. Henry schraapt de inkt van de plaat en voegt dan alsnog het juiste cijfer toe.

Handgeschreven reclamebord gemaakt door Henry van der Horst op de markt in Groningen.

De reclameborden danken hun authentieke karakter aan de creativiteit en vaardigheden van de maker, maar zeker ook aan het gereedschap. Met name de stiften met brede platte ‘punten’ zijn allesbepalend. Het levert immers een grote beperking op. Toch zie ik een variëteit aan handschriften die je lastig nadoet. Thuis bestel ik een paar stiften, maar kan amper iets imiteren.

Ik vraag naar Henry’s toekomstplannen en de voortzetting van zijn ambacht, aannemend dat zijn pensioen nadert. Hij wil met vrouw en camper het buitenland in. Rondtrekkend reclameborden maken en van de buit weer door. “En wanneer je daar klaar mee bent?” “Dan houdt het op.” “Geen opvolging?” “Geen opvolging.”

We zoeken een nieuwe uitgever voor onze verhalen. Wie helpt?

Wij schrijven regelmatig over typografie in de publieke ruimte. Deze column verscheen eerder in Noorderbreedte.

Sturing door schrift

Gevelbelettering in Veenhuizen

Inspiratie, Research.

Langs een kanaal verschijnen huizen. Op de gevels één tot drie woorden, veelal gevolgd door een ferme punt. De teksten zijn met een brede rand nadrukkelijk ingekaderd. Door de serie net poëzie.

Wanneer ik bij twee kerken de dorpskern nader, realiseer ik dat het gehucht werk heeft gemaakt van een eigen identiteit. Naast de typografie op de gebouwen, vallen de bouwstijl, lantarenpalen en een voormalig bushokje op. Allemaal sterk gedetailleerd en uitgesproken — de letters klungelig, ze verschillen zelfs van pand tot pand. Ik ben in Veenhuizen.

Al snel maakt het gevoel van poëzie plaats voor belerend te worden toegesproken. Het is de combinatie van de sobere vorm van het geheel, de betonnen uitvoering, zwart/witte kleurstelling, het houterige starre schrift, de strenge verwoording van de boodschap — en de positie. Je kijkt tegen de letters op en de letters kijken op je neer. Dit straalt gezag uit. Toch ben ik er niet van onder de indruk. Dit komt omdat de gebouwen hiervoor te ver uit elkaar staan en zijn opgevuld door woningen zonder tekst. Het is toch anders wanneer één fors iemand je overschaduwt dan een complete groep zich over je heen buigt. Maar goed, ik leef in een totaal andere tijd.

Dat was wel anders toen het gebouwd is. Veenhuizen was het afvoerputje van de maatschappij, het huisde verpleegden en gevangen. Zij waren destijds veelal buiten, aan het werk. De opschriften dienden om hen te disciplineren. Tegelijkertijd gaven de teksten duiding aan de functie of ligging van het gebouw of de status van de bewoner. Bijvoorbeeld ‘Bitter en Zoet’ voor de apotheek, ‘Contrôle’ voor de woning van de hospitaal’s huismeester.

Het gerucht gaat dat het idee van de moraliserende teksten afkomstig is van de echtgenote van een aan het dorp verbonden toenmalige directeur of architect. Helaas is documentatie hierover niet terug te vinden. In het Nationaal Archief (Den Haag) vind ik wel bouwtekeningen. Hierop staan ook de titelplaten geïllustreerd. Dit betekent dat het voornemen van de spreuken dus al voor de bouw bekend was.

Hoewel de tekeningen over het algemeen bijzonder gedetailleerd zijn, blijft de typografie hierbij toch achter. Dit komt overeen met de algehele indruk van het dorp: veel verfijnd, behalve de letters. De beschrijvende teksten op de tekeningen, met de hand getekend en variërend van vorm, tonen gelijkenissen met de uiteindelijke gevelbeletteringen. Het lijkt erop dat er in de loop der tijd meerdere mallen zijn geproduceerd. Dit resulteert in verschillende lettertypes, maar ook nuances binnen dezelfde letterfamilies. Deze bevindingen maken het aannemelijk dat de architect, Willem Cornelis Metzelaar, dé ontwerper van de letters is.

Wij schrijven regelmatig over typografie die we in de openbare ruimte spotten. Deze column is voor het eerst gepubliceerd in Noorderbreedte.

Ankers op Ameland

Multifunctionele cijfers in Hollum

Inspiratie, Research.

Tijdens een bezoek aan Ameland merkte ik typische huisjes op. De voor- en achtergevel zijn hoger dan het dak ertussen. Dit betekent eerder en vaker lekkage dan wanneer het dak alle gevels overkapt. Op de voorgevels staan jaartallen. Deze cijfers vallen op om meerdere redenen.

Ze zijn veelal slordig en sierlijk tegelijk. Ik houd eigenlijk helemaal niet van kitsch, maar ik vind ze schitterend contrasteren met het keurige, strakke patroon baksteentjes. Enkele cijfers zijn alleen leesbaar, of beter gezegd als nummer te herkennen, in de context van een getal. De ‘zeven’ bijvoorbeeld. Valt daarbij nog om ook, naar links. De ‘acht’ lijkt op de kop te staan, omdat de bovenste cirkel groter oogt dan de onderste. In werkelijkheid zijn ze even groot. Om ze optisch wel even groot te laten lijken, teken je de bovenste ring doorgaans kleiner.

Je vraagt je af waarom de cijfers zo abstract zijn vormgegeven. Het kan de esthetiek van die tijd zijn. Een andere mogelijkheid is onvoldoende vakmanschap op het eiland. Veel boeren konden niet volledig bestaan van het boerenbedrijf, een ambacht kon dat evenmin. Daarom combineerden de smid, schilder en timmerman hun ambacht met het werk thuis op de boerderij.*

Naast dat de getallen het bouwjaar vertegenwoordigen, voorkomen ze dat de woning als een kaartenhuis in elkaar valt. Ze vormen namelijk ook ankers. Ankers zetten balken die het huis dragen vast in de gevel. Een naald (veer) gaat hierbij dwars door de muur en is achter de gevel bevestigd aan de balk. Aan de buitenkant gaat een andere pin door ‘het oog van de naald’ (knoop) die zo de constructie fixeert. Omwille van de vorm van sommige cijfers kan je ze niet allemaal zomaar ringsteken, de knoop wordt dan ter plekke om het cijfer heen gesmeed.

Dit verklaart ook de slashed zero. Tegenwoordig wordt deze soms gebruikt om de nul beter te onderscheiden van de letter ‘o’. Op de gevel is de slash van praktische aard om goed te kunnen ankeren.

Tot slot valt een ongelijke verdeling van de cijfers op de gevel me op. Dit doet me afvragen wat dit voor de ordening van de balken binnen in de woning betekent. Jammer dat ik niet even heb aangebeld.

De huizen blijken van kapiteins van de walvisvaart te zijn geweest. Commandeurswoningen. Gebouwd van de 17e tot in de 19e eeuw. Naast de jaartallen kenmerken horizontale rijen kartelranden de voorgevels. De vorm en het aantal hiervan symboliseren de rang van de zeeman. Hoe meer, hoe hoger de status.

Het gerucht gaat dat bij een restauratie van een voorloper van de commandeurswoning ankers zijn verwisseld. Welk jaartal het ook is, met de nummering 1516, 1561 of zelfs 1615 blijft het pand het oudste (nog bestaande) huis op Ameland: Johan Bakkerstraat 7, Hollum.

Wij schrijven regelmatig over typografie in de openbare ruimte. Deze column is voor het eerst gepubliceerd in Noorderbreedte.

* Bron: Ameland, een sociaal-geografische studie van een waddeneiland, pagina 53.